D Verkleinwoorden
Een van de bekendste taalaspecten van het Brabants is toch wel dat verkleinwoorden eindigen op -ke in plaats van -je. Toch is het niet zo dat je achter elk zelfstandig naamwoord klakkeloos -ke kunt toevoegen om er dialect van te maken!
D1 Verkleinwoorden op -ke.
De algemene regel is dat het achtervoegsel -ke wordt gebruikt na alle letters van het alfabet, bijvoorbeeld: sneeke, körfke, loaike, aermke en maeske [sneetje, korfje, laatje, armpje en meisje].
In twee gevallen moet rekening worden gehouden met toegevoegde letters:
** Na -g en -k komt een ingevoegde -s: dingske - wegske - loagske / sökske – taekske - blikske [dingetje - weggetje – laagje / sokje – takje – blikje].
** Na -l volgt een ingevoegde -e: wieleke (wieltje) en als de klinker kort is, volgt verdubbeling van de -l: rol – rulleke, bol - bölleke. (De heldere -o (ô) van 'hok' geeft in het verkleinwoord -ö en de doffe -o (ó) van 'bok' geeft in het verkleinwoord -u: - klôs - klöske, sôk - sökske / bós - buske, bók - bukske.)
Zelfstandige naamwoorden met de klank -oa (als in 'hoan') volgen de regel van de heldere -o: poal - pölleke, schoap - schöpke, hoar - hörke.
D2 Verkleinwoorden op -je en -tje.
- Na -d of -t is de uitgang net als in standaard Nederlands -je: bedje, bordje, baendje (orkestje), hoedje / pitje, petje, lintje, ventje.
- Na een -n is de uitgang -tje of -eke, afhankelijk van lengte van de klinker van het zelfstandig naamwoord waarvan het verkleinwoord is afgeleid.
- Lange klinker: stihn (steen) - stintje, bihn (been) – bintje, tohn (toon) – tóntje
- Korte klinker: bon – bonneke, ton – tönneke, pin – pinneke, man – maenneke.
Net als in het Nederlands, kennen ook wij in het Vallekeswirds twee verschillende uitspraken voor de korte klinker -o: de heldere variant in 'hok' en de doffe in 'bok'. Dit onderscheid levert een verschil op in de uitspraak van de klinker in het verkleinwoord, vergelijk: [ô] hok - hökske / stok - stökske en [ó] bok - bukske / bos - buske. Uitzondering is het woordje ‘bón’(boon), die de uitgang -tje krijgt: bóntje. Waarschijnlijk omdat bónke qua uitspraak te veel lijkt op het werkwoord 'bonken'.
Woorden die van origine eindigen op een -t- maar die in het verkleinwoord echter niet meer wordt uitgesproken, krijgen tóch de uitgang -je: kist – kisje / kast – kasje / trappist - trappisje. Dit dus in tegenstelling tot woorden die van oorsprong eindigen op een -s: vis – viske / pils – pilske.
D3 Verkleinwoorden met klinkerwissel.
aap oap öpke
arm aehrum aermke
blad blad bleyke
boom bohm bumke
buik buyk bökske
brood brohd bréuike
deur deur durke
draad droad druyike
doos dohs déuske
glas glas glôske
gordijn gurdehn gurdentje
haan hoan hôntje
haar hoar hörke
hoed hoehd hoedje
hond hond huendje
kaart koart kortje
kind keind kiendje
knoop knéup knupke
kom kóm kumke
kont kont kuentje
konijn kunnehn kunnentje
kraam kroam krömke
lamp lamp laemke
mond mond muendje
oog ohg éugske
oor oor urke
poot/been poht pótje
potlood potlohd potléuike
raam roam römke
rol rol rölleke
straat stroat struyike
struik struyk strökske
teen tihn tintje
tong tong tungske
tuin tuyn töntje
tijd tehd tedje
voet voeht voetje
vriend kámmeroad kámmerodje
zeem zéum zumke
Maak jouw eigen website met JouwWeb